Meest spraakmakende theoloog knokt met God

God-of-War-III

Vandaag hebben we de meest spraakmakende theoloog van Nederland te gast. Dat zeggen wij niet zelf, daartoe is hij verkozen tijdens de Nacht van de Theologie. We hebben het natuurlijk over Drs. Frank G. Bosman. Hij is cultuurtheoloog, verbonden aan de Tilburg School of Catholic Theology, en te vinden op weblog goedgezelschap.eu. Nu schrijft hij voor Staat Geschreven over de worsteling van Jakob met God.

Genesis 32:25-31 “Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak. Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht. Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’ De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob,’ antwoordde hij. Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’ Jakob vroeg: ‘Zeg me toch hoe u heet.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar. Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.’”

Frank G. Bosman
 16

Leap of faith

Jacob vecht. De strijd kan niet ongelijkwaardiger zijn. Een mens vecht met God. Een gevecht dat de hele nacht duurt, een gevecht op leven en dood. Jacob strijdt de strijd van elke mens, het voortdurende innerlijke gevecht tegen je eigen God. De strijd vindt plaats in het duister, als geen enkel licht ons pad verlicht, als de demonen van ons hart welig rondrazen. Elke stap een onzekere leap of Faith.

Worsteling met de hemel

Geloven betekent strijden. Strijden tegen onzekerheid, scepsis en cynisme. ‘Wat nou als…’ –  ‘Wees toch eens rationeel…’ – ‘Niemand gelooft dat toch meer…’ Maar geloven betekent ook strijd tegen het gemakkelijke zeker-weten. ‘Dank u God, dat ik niet ben als die zondaar daar…’ Geloven is een aanvechting, waaruit niemand zonder schade komt. Jacobs heup is permanent getekend door zijn worsteling met de hemel. Zijn naam is vanaf nu Israël, Gods eigen uitverkoren Volk. In Jezus Christus deelt elke mens in datzelfde volk. En daarmee deelt elke mens aan Jacobs bijna-dodelijke worstelpartij.

De oernaam voor Gods eigen volk, Israël, is direct verbonden met de god-menselijke strijd. Zij is er het resultaat van. Wat wij ‘kerk’ noemen, is het resultaat van onze voortdurende worsteling met God: soms snappen we iets van Hem, meestal niet of nauwelijks. En soms overwinnen we in onze zielenacht, meestal redden we nog net ons vege lijf.

Tegen de haren in

Het geloof is niet vrijblijvend, geen hobby voor op zondagochtend, geen verstilde esthetiek of moreel hoogstaand ideaal. Geloof schuurt, strijkt je tegen de haren in, schiet in het verkeerde keelgat. God is het ultieme Tegenover, en tegelijkertijd loopt Hij hinderlijk voor je voeten. Als je Hem negeert, duikt hij op in elke mens die je ontmoet. En als je Hem nadrukkelijk zoekt, verstopt hij zich ergens in de woestijn van je hart.

God is als een bokser die je tegen het canvas mept, een clown die jou tranen laat lachen, je even pootje licht, en die Zichzelf uiteindelijk laat vinden. Altijd. Overal. Ook aan de oever van de Jabbok, zoveel eeuwen geleden. Jacobs verhaal is een oeroude oproep dit grootste van alle gevechten aan te gaan. En de uitkomst van dit gevecht blijft ongewis. Er staat immers alles op het spel.

Erik
 12

Wel een uitkomst

Frank (laat ik hem bij zijn voornaam noemen) vertelt een vlammend verhaal over de rol die strijd speelt in het christelijk geloof. Ik kan het met een groot deel eens zijn. Het opmerkelijkst aan zijn verhaal vind ik de conclusie. “Ga het gevecht aan. De uitkomst is ongewis”, zegt Frank. Het aardige aan de Bijbeltekst van vandaag is juist dat er wél een uitkomst van het gevecht is. De hele nacht knokt God met Jakob. Hij kan niet winnen.

De almachtige, die hemel en aarde kan bewegen, die beslist over leven en dood, komt niet verder dan een ontwrichte heup bij zijn tegenstander. Hoe past dat bij het beeld van een God die alles kan? Ik zeg: niet. God is in dit verhaal een zwakke God. Hij toont zich kwetsbaar aan de mens. Vecht met Mij, misschien kun je dat aan.

Zwakte

Dat element van zwakte mis ik in het verhaal van Frank, maar niet alleen in zijn verhaal. Ik mis het in de kerk. Zelden hoor je van de kansel het verhaal van de God die niet kan winnen. God is sterk en machtig, zeker in het kerkelijk veld dat de ‘midden orthodoxie’ genoemd wordt. Dat is jammer, want in de zwakte van God kun je een boodschap van hoop vinden.

Ga de strijd maar aan met God. Twijfel aan God. Ontken de Godheid van Jezus. Keer op je schreden terug, en twijfel nog eens. Misschien word je net als Jacob door God aangeraakt, en misschien doet dat pijn, net als bij hem. Deze strijd mag gestreden worden. Goede kans dat God het niet van je kan winnen.

Stem mee! Ik ben het eens met de reactie van   
Frank G. Bosman gasttheoloog Genesis Jacob

Blijf op de hoogte

E-mailadres:

Meer over de mail-service

Gerelateerde berichten

17 februari God, wat doet U nou? Vers op Vrijdag 27 december 2011 Alles wat je las, zocht en mailde: jaaroverzicht 2011 Blog 2 december 2011 Bondage of bonding? Vers op Vrijdag 26 november 2011 #webfish: de foto’s en het rapport Blog 20 mei 2011 Jezus betaalde belasting Vers op Vrijdag

4 Reacties op Meest spraakmakende theoloog knokt met God

  1. John zegt:

    Leuk, ben het met geen van beide eens.

    @Frank G. Bosman:
    De uitkomst is niet ongewis, maar het eeuwige leven.

    #Erik:
    God kan niet winnen? Wat is dat voor hoogmoedige houding? Tuurlijk kan God wel winnen, maar wat heeft Hij daar aan? Daar zou Hij niets mee bereiken. God als Vader kan wel winnen, maar laat Zijn kind worstelen om het een les te leren. Dat past niet in het postmoderne denken, daarom zijn er tegenwoordig zoveel mensen aan Prozac, Ritalin en andere verslavende, geestdodende medicijnen.

    Soms moet je kinderen laten worstelen en nu eens niet alle strootjes voor hun voeten weghalen en ze tegen alles willen beschermen, zo als de reclameleugen ons wil laten doen geloven. Het is soms beter om ze te laten vallen en daarna te helpen opstaan. Wat heeft dat in ons geval opgeleverd? Twee hardwerkende en succesvolle ondernemers die geen Prozac of Ritalin nodig hebben.

    God toont Zich niet zwak, niet kwetsbaar. Totaal niet, integendeel. Net zoals vaders die hun kinderen laten struikelen zich niet zwak of kwetsbaar opstellen, maar juist sterk en opvoedend. Maar net zoals God staan ze daarna wel klaar om hun kinderen te helpen met opstaan en verder te gaan en te groeien.

    Het wordt tegenwoordig zielig gevonden als je je kinderen zichzelf laat verwonden, maar in feite zitten daar juist vaak de sterkste en beste lessen in! Jakob herinnerde zich deze nacht de rest van zijn leven, juist door de verwonding die hij er aan over had gehouden! Die verwonding

    maakte hem dus sterker dan hij daarvoor was.

  2. Jan Pool zegt:

    Ik geloof dat er een andere mooie les in Jakobs worsteling zit. In mijn boek ‘Droom in uitvoering’ schrijf ik het volgende over zijn worsteling:

    Jakob moest leren loslaten
    Jakob was één van een tweeling. Zijn moeder was Rebekka en al tijdens haar zwangerschap werd er een profetie over de baby’s uitgesproken. De jongste zou machtiger zijn dan de eerstgeborene. En Jakob was de jongste.
    Er lag dus een bestemming op het leven van Jakob, er was een belofte over hem uitgesproken. God had een plan voor zijn leven.
    Maar bij de geboorte van de tweeling kwam het probleem van Jakob al openbaar. Esau werd het eerst geboren, maar de kleine baby Jakob hield de hiel van zijn broertje Esau vast. Zo jong al hield Jakob vast in plaats van los te laten. Dat leverde hem ook zijn naam op.
    Vaak wordt gezegd dat Jakob ‘bedrieger’ betekent, maar dat is niet helemaal waar. Esau noemde Jakob ‘bedrieger’ omdat het Hebreeuwse woord voor bedrieger qua klank heel erg lijkt op de naam Jakob. Maar de naam Jakob betekent letterlijk: ‘vasthouden’. En die naam is kenmerkend voor het leven van Jakob. Hij had angst om los te laten. Hij vertrouwde God niet, waardoor hij dacht ‘zelf’ de droom die God voor hem had te moeten waarmaken. Jakob nam de dingen zelf in de hand. En Jakob zette de dingen naar zijn hand.
    Aangemoedigd door zijn moeder bedroog Jakob zijn iets oudere tweelingbroer, door hem zijn eerstgeboorterecht

    te ontfutselen in ruil voor een kopje linzensoep. En later werkte hij zich nog dieper in de nesten door ook zijn vader te bedriegen. Hij deed zich met wat slimme trucjes voor als Esau en ontving daardoor de zegen die eigenlijk de eerstgeborene toekwam.
    Jakob wilde controle houden. Jakob wilde ‘zelf’ zijn levensverhaal schrijven.

    Doordat Jakob het heft in eigen handen had genomen, haalde hij een heleboel ellende over zich heen, want toen zijn broer Esau hoorde wat Jakob had gedaan, nam hij zich stellig voor Jakob hierom te doden. Rebekka hoorde dit en hielp Jakob te vluchten naar oom Laban die in Haran woonde.
    Dat is een tocht van achthonderdvijftig kilometer! Na twee dagen reizen gunde hij zichzelf een nachtrust. Hij was toen in de buurt van de plaats Luz. Hij gebruikte een steen als hoofdkussen en viel in een diepe slaap.

    En dan krijgt hij een droom van God. En in die droom geeft God Jakob een veeg uit de pan. Hij zegt: ‘Wat heb je er een potje van gemaakt. Ik had geweldige plannen met je leven, ik had een hoopvolle toekomst voor jou, maar ik heb het helemaal met jou gehad. Je wilt het toch allemaal graag zelf doen? Prima dan, zoek het dan nu ook maar zelf uit!’
    Maar nee, zo gaat het niet. Misschien zouden wij dat wel gezegd hebben, maar God niet! Jakob droomde dat hij een ladder op de aarde zag die tot aan de hemel reikte. En hij zag voortdurend engelen langs die ladder omhoogklimmen en afdalen. Ik denk dat God hiermee tegen Jakob wilde zeggen:
    ‘Zie je niet, Jakob, dat ik voldoende helpers heb om in al jouw behoeften te voorzien? Zie je niet dat je de dromen en plannen die ik voor je heb, niet in eigen kracht in bezit hoeft te nemen?’
    Bovendien geeft God Jakob de volgende geweldige belofte:
    ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’ Genesis 28:13

    ‘Ikzelf sta je terzijde’ zegt God hier tegen Jakob, om hem gerust te stellen. Wat hij daarmee duidelijk wil maken is:
    ‘Jakob, je hoeft het niet zelf te doen. Laat los. Vertrouw op mij. Je hoeft je leven niet aan elkaar te breien met hard werken, slimmigheidjes, bedrog en manipulatie. Laat mij toch mijn werk doen, dan zal ik ervoor zorgen dat alle beloften die over jou zijn uitgesproken, in vervulling gaan.’
    Als Jakob wakker wordt is hij verbijsterd. Hij roept uit:
    ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit, dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn.’ Genesis 28:17

    Jakob noemt die plek het huis van God. En in dat huis bevindt zich alles wat een mens nodig heeft om op zijn bestemming te komen en daarin te wandelen: liefde, kracht, vrede, rust, wijsheid en geloof.
    Jakob is zo onder de indruk van het hele gebeuren dat hij de steen die hij als hoofdkussen gebruikt had, aan God toewijdt. Hij zet de steen rechtovereind als een gedenkteken en giet er olie overheen. Vervolgens noemt hij die plaats Betel. Dat betekent ‘huis van God’.

    Het eigenaardige is dat deze geweldige ontmoeting met God Jakob toch nog niet veranderd heeft. Hij laat de steen achter en vergeet de belofte van God. Hij maakt geen gebruik van het aanbod van God. Hij zet God als het ware op non-actief en gaat weer op de oude voet verder.
    Hij denkt opnieuw dat hij alles zelf moet regelen in plaats van dat hij zich overgeeft aan God. Hij vertrouwt nog steeds niet volledig op God en houdt liever zelf alle touwtjes in handen.
    Jakob heeft het grootste gedeelte van zijn leven gevochten en geknokt om datgene te bereiken wat God beloofd had. Zonde, want God had het hem gewoon gegeven als hij op God vertrouwd had. Het resultaat was dat hij best veel bereikte, maar in zijn hele gevecht miste hij de vrede en gemeenschap met God. In plaats daarvan leefde Jakob twintig jaar in angst, onzekerheid en zorg.

    Ontmoeting met God
    Uiteindelijk is er dan na twintig lange jaren van angst om controle te verliezen en los te laten het moment van de dreigende ontmoeting tussen Jakob en Esau. Jakob is doodsbang.
    ‘Toen de boden bij Jakob terugkwamen, meldden ze hem: ‘We zijn bij uw broer Esau geweest, en hij komt u tegemoet, met vierhonderd man. Jakob schrok hevig, het angstzweet brak hem uit.’ Genesis 32:7-8
    Wat kan hij doen tegen zo’n overmacht? Jakob besluit nog eenmaal op zichzelf te vertrouwen. Hij neemt een groot deel van zijn bezit, tweehonderd geiten, twintig bokken, tweehonderd ooien, twintig rammen, dertig kamelen, veertig koeien, tien stieren en dertig ezels om Esau voor zich te winnen. Hij probeert opnieuw de situatie naar zijn hand te zetten en Esau te manipuleren. Maar hij is er niet zeker van dat het deze keer gaat lukken.

    Dan doet hij die nacht iets aparts. Hij neemt zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf zonen en al zijn bezittingen en brengt ze naar de overzijde van de rivier. Eindelijk beseft hij: ik moet alles wat ik heb loslaten, vaarwel zeggen.
    ‘Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen.’ Genesis 32:25

    Jakob heeft een stap gezet, hij heeft voor zijn idee alles losgelaten, maar God wil nog wat verder met hem gaan, een laagje dieper. God wil dat hij zichzelf loslaat. God wil dat Jakob sterft aan zichzelf.
    En daartoe valt een engel van God hem aan. Jakob heeft geen keus, hij moet wel terugvechten. Ze worstelen de hele nacht door en Jakob laat zich niet overwinnen. Tenslotte slaat de engel hem op de heup, waardoor hij kreupel wordt. Op dat moment wordt niet alleen zijn lichamelijke kracht gebroken, maar er knapt ook iets van binnen, in zijn ziel. Hij geeft eindelijk toe dat hij het op eigen kracht niet redt: Jakob is een verbroken man.
    De engel wil dan de worsteling stoppen, maar Jakob zegt:
    ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent’. Genesis 32:27
    Jakob weet dat de engel sterker is dan hij, maar ook dat zijn redding van deze ontmoeting afhangt. Hij beseft nu pas echt dat hij God nodig heeft om gezegend te worden. ‘Goed’, zegt de engel, ‘Ik zal je zegenen. Hoe heet je?’ Oftewel: ‘Wat is je identiteit, wie ben je?’
    Waarom vraagt hij dat zo specifiek? Hij wil hem confronteren met de wortel van zijn probleem.
    ‘Jakob’, antwoordt hij dan. Jakob wordt door het uitspreken van zijn naam herinnerd aan zijn verleden. Hij was altijd de ‘doe-het-zelver’, degene die alles zelf wel op zou lossen, degene die vast wilde houden.
    Maar nu is er iets veranderd. Jakob houdt nog steeds vast, maar hij heeft voor het eerst begrepen hoe het zit. Hij laat de engel niet gaan, maar dat is uit pure wanhoop. Hij beseft dat hij alleen nog God heeft. Hij geeft zich eindelijk over aan de genade van God.
    Op dit moment heeft God veertig jaar gewacht! Vanaf dat moment wandelde Jakob in afhankelijkheid van God. Hij wist eindelijk wat het was om alles los te laten en echt te vertrouwen op God. Hij was vrij!

  3. noname zegt:

    Wat bedoelt u met ”ontken de godheid van Jezus”"?

  4. Arjen Bouman zegt:

    Een echte winnaar is een goede verliezer, en een onechte verliezer is een slechte winnaar, vind ik!

Geef een reactie

*

Woorden: 0
Lange reacties worden deels verborgen

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href=""> <b> <i> <blockquote> <code> <strike>